We maken een onderscheid tussen anaerobe en aerobe sporten. Anaerobe sporten worden gekenmerkt door een intensievere spieractiviteit (bijvoorbeeld sprinten, gewichtheffen, hockey). Aerobe sportactiviteiten vereisen een minder intensieve spierwerking (bijvoorbeeld joggen, fietsen, roeien, zwemmen en andere duursporten). Bij vele aerobe sportactiviteiten komen ook korte perioden van anaerobe activiteit kijken (zoals bij voetbal en honkbal). Anaerobe inspanningen duren slechts kort (soms maar enkele seconden) maar kunnen de bloedsuikerspiegel ingrijpend verhogen door het vrijkomen van twee hormonen: adrenaline en glucagon. Deze stijging van de bloedsuikerspiegel is meestal van voorbijgaande aard en duurt zo'n 30 tot 60 minuten. In de uren erna kan een hypo volgen. Aerobe activiteiten zorgen meestal voor een verlaging van de bloedsuikerspiegel, en dit zowel tijdens (meestal zo'n 20 tot 60 minuten na de start) als na het sporten.
Om te voorkomen dat u een hypo krijgt, moet u bij voorkeur een bloedsuikerspiegel van minstens 6,7 mmol/l of hoger hebben vóór u aan uw sportactiviteit begint. Soms moet u verscheidene bloedtests uitvoeren met telkens 30 minuten ertussen om te achterhalen of uw bloedsuikerspiegel stijgt of daalt vóór u kunt beginnen te sporten. Bij een bloedsuikerspiegel van minder dan 5 mmol/l die niet stijgt, is het risico groot dat u een hypo krijgt tijdens een in hoofdzaak aerobe sportactiviteit. Hebt u lage bloedsuikers gehad net vóór u begint te sporten (of zelfs de nacht ervoor), dan loopt u een verhoogd risico om tijdens uw fysieke activiteit een hypo te krijgen. Als u minder dan twee uur vóór een maaltijd gaat sporten, moet u de bolusdosis meestal met 30-50% verlagen. Gaat u gedurende langere tijd sporten (90 minuten of meer), dan kan het nodig zijn om de dosis nog verder te verlagen.
Eén studie onderzocht skiërs uit verschillende landen met diabetes type 1. Zij konden gedurende meerdere uren blijven sporten als ze de dosis vóór de maaltijd met 80% verminderden, tegenover slechts 90 minuten als die dosis met de helft werd verminderd. Sommige mensen vinden echter dat ze slechter presteren als ze hun insulinedosis vóór de maaltijd verlagen, omdat hun bloedsuikerspiegel dan eerst even stijgt. In dat geval kunnen ze waarschijnlijk beter wat extra koolhydraten eten in plaats van de dosis te verlagen. Als u uw beenspieren hebt getraind, wordt de insuline die u in uw dij injecteert, sneller opgenomen vanuit het subcutaan weefsel (nog meer bij kortwerkende insuline dan bij snelwerkende insuline). Als u de insuline zo diep injecteert dat u in de spier terechtkomt, wordt zij veel sneller opgenomen en loopt u het risico een hypo te krijgen. Onthou in ieder geval dat sporten alleen niet volstaat om uw bloedsuikerspiegel naar beneden te krijgen. U hebt echt insuline nodig.
De glucose in de bloedbaan kan zonder insuline niet binnendringen in de spiercellen. De snelheid waarmee glucose door de spieren wordt opgenomen, bedraagt ongeveer 8-12 gram per uur bij een volwassene die op een normaal ritme sport. Bij intensief sporten gaat dit meer dan dubbel zo snel. Het hormonengehalte in uw bloedbaan - adrenaline, glucagon en cortisol - stijgt terwijl u sport. Er komt glucose vrij uit de voorraad in de lever en de lever maakt uit eiwitten nieuwe glucose aan. Als uw lever niet in staat zou zijn om zijn glucoseproductie te verhogen, zou uw bloedsuikerspiegel per minuut met ongeveer 0,1 mmol/l dalen terwijl u sport, zodat u snel een hypo zou kunnen krijgen. Een hoog insulineniveau in het bloed gaat de aanmaak van glucose in de lever tegen, wat dan weer het risico op hypoglycemie verhoogt. Bij mensen met diabetes daalt het insulinegehalte in het bloed tijdens het sporten.