Nukken en grillen, kieskeurigheid, weigeren om bepaalde dingen te eten, het is typisch voor deze leeftijdsgroep. Dit soort gedrag mag haast 'normaal' worden genoemd bij peuters, al is het voor de ouders meestal een verontrustende en frustrerende ervaring. Uiteraard baren deze problemen de ouders van een kind met diabetes nog meer zorgen. De volgende tips kunnen hier van pas komen:
De meeste kinderen worden groot zonder dat iemand hen zegt hoeveel ze moeten eten. Maakt u zich geen zorgen. Zelfs als u denkt dat uw kind niet genoeg eet, is dit waarschijnlijk wel het geval. Praat erover met uw diëtist en diabetesteam als u zich zorgen maakt en volg de groeicurve van uw kind samen met een kinderarts op.
Streng geregelde maaltijden en tussendoortjes werken meestal averechts. Probeer gewoon te denken aan wat u uw kind zou voorschotelen - en wanneer - als het geen diabetes zou hebben en probeer de insuline daarop af te stemmen.
Hou bij de planning van de etenstijden en het menu rekening met de andere activiteiten van uw kind: heeft het de hele tijd rondgehost of stilgezeten?
Het is onmogelijk om een kind te dwingen om te eten. Probeer, hoe moeilijk dit ook is, om niet zo'n punt te maken van het eten. Een dalende bloedsuikerspiegel zorgt er meestal voor dat het kind honger krijgt en meer geneigd zal zijn om te eten.
Vermijd zoete voedingsmiddelen of gesuikerde dranken als compensatie voor een lage koolhydrateninname. Kinderen leren snel om eten te weigeren als ze hiervoor worden 'beloond' met een zoet drankje of een chocoladekoekje.
Vers fruit is een beter tussendoortje dan vruchtensap.
Geef het kind extra insuline wanneer dit nodig is, bijvoorbeeld op een verjaardagsfeestje of wanneer het snoep krijgt.
Het ontbijt kan een moeilijk moment zijn omdat kinderen 's ochtends vroeg meestal weinig honger hebben. Probeer een glas (of een half glas) sap of melk om te beginnen. Na een halfuurtje, wanneer de bloedsuikerspiegel een beetje gestegen is, heeft het kind vaak meer trek.
Voor kinderen die te klein zijn om op glucosetabletten te kauwen, kunnen glucosegel en sap erg nuttig zijn bij een hypo.
Peuters groeien snel en hun voedingsgewoonten veranderen de hele tijd. Praat erover met uw diëtist. Hij kan u verder advies geven.