Dit artikel gaat over de OneTouch® Ultra®2. Voor de precieze gebruiksaanwijzing van andere OneTouch-meters, klik hier. .
Kreeg u onlangs te horen dat u aan diabetes lijdt, dan maakt u zich misschien zorgen over de suikertests die u moet doen. Voor de meeste mensen is het echter al gauw routine om zelf hun bloedsuikerspiegel te controleren. De meeste patiënten vinden het ook makkelijker dan ze aanvankelijk hadden gevreesd. Misschien bent u bang om het gevoel in uw vingertoppen te verliezen doordat u er voortdurend in moet prikken. Gelukkig wijst niets erop dat dit kan gebeuren. Ook het risico op infecties door een vingerprik is miniem. Toch mag u nooit iemands lancet lenen. Probeer er dus altijd aan te denken om uw eigen materiaal mee te nemen en vermijd om het met anderen te delen.
Een bloedsuikermeter gebruikt u om thuis of elders uw bloedsuiker te meten. Er zijn heel veel verschillende meters verkrijgbaar. Bespreek met uw diabetesteam welke meter het meest aangewezen is voor u. Hieronder volgt een stapsgewijze handleiding voor het meten van uw bloedglucose.
1. Het is erg belangrijk dat u goed leert omgaan met uw meter. Lees dus aandachtig de gebruiksaanwijzing. Het is een goed idee om samen uw zorgverlener te oefenen met uw nieuwe meter.
2. Was uw handen vóór elke bloedtest met water en zeep. Dit beperkt het risico dat de bloeddruppel wordt verontreinigd. Gebruik warm water als u koude handen hebt. Het is moeilijker om bloed af te nemen uit een koude vinger. Bovendien is de vingerprik dan pijnlijker.
3. Kies voor elke test een andere vinger. U zal merken dat sommige plekjes minder gevoelig zijn. U kunt ook bloed prikken uit uw handpalm of voorarm, maar de resultaten kunnen afwijken van die van een vingerprik. Praat hierover met uw arts of verpleegkundige vóór u op andere plaatsen begint te prikken.
4. Prik aan de zijkant van uw vinger: die is minder gevoelig waardoor de prik minder pijn doet.
5. Druk zachtjes op uw vingertop en masseer hem tot er zich een ronde bloeddruppel heeft gevormd. Gaat dit niet goed, laat uw hand dan naar beneden hangen, zodat er meer bloed naar uw vingertoppen stroomt. Gebruik de druppel niet als het bloed uitloopt. Veeg hem weg en knijp zachtjes een nieuwe druppel tevoorschijn of probeer op een andere plaats.
6. Stop de strip in de meter volgens de instructies van de fabrikant en laat de druppel aan het uiteinde van de strip opzuigen.
7. De meeste meters hebben een ingebouwd geheugen om uw resultaten op te slaan. Heeft uw meter geen geheugen, dan kunt u uw resultaten het best bijhouden in een dagboek.